Als de speaker zijn naam noemde bij het oplopen van de spelers van Fortis 1, kreeg hij altijd het meeste applaus: Harry Buijs. Een echte clubman, iedereen binnen de vereniging zou hem moeten kennen. Jarenlang was hij teambegeleider bij het vlaggenschip: verantwoordelijk voor alle soorten hand- en spandiensten en altijd prominent aanwezig. “Ik ben wat minder opvallend”, zegt zijn vrouw Marjolijn in alle bescheidenheid.

Harry is gestopt en slaat een andere weg in. Samen met Marjolijn is hij sinds kort vrijwilligerscoördinator geworden. Dus: ken je Harry en Marjolijn niet, dan komt daar hoogstwaarschijnlijk verandering in. Sorry lezers, het is wéér een lang artikel geworden van speaker Elias den Hollander, ditmaal in gesprek met het echtpaar Buijs.

Harry, je was vier jaar teambegeleider: drie jaar met Peter en Hans, het laatste jaar met Arco. 

Harry:“Arco was in het begin nog een vreemde in de Fortis-korfbalfamilie. Ze vonden mij wel geschikt om hem wegwijs te maken. Ik had een goede klik met de spelers en daarom heb ik er nog een jaar aan vastgeplakt. Dat was een leuk laatste jaar. Bij de trainingen op donderdagen was ik er, net als de zaterdagen, natuurlijk bij. Ook om gezellig een biertje te drinken. Al met al was het een vrij intensieve periode bij de korfbal. Ik ging altijd mee, regelde vervoer, reservespelers en reed de ploeg naar de uitwedstrijd. Ik deed eigenlijk alles wat georganiseerd moest worden. En ik heb nog een eigen bedrijf. Ik ben gestopt met teambegeleiding omdat ik wat meer vrijheid wilde hebben op de zaterdagen. We houden van weekendjes-weg en de korfbal vormde soms een beletsel. 

Marjolijn, heb jij Harry gezegd dat het allemaal wel heel veel was?

Marjolijn:“Nee, maar ik denk dat ik wel een beetje op de rem getrapt heb. Tot vrijdagavond laat werken, zaterdagochtend even dit en dat voor de korfbal en hup in de auto en daar ging hij weer. Dan bleef de zondag over en maandag ging hij weer aan het werk. Ik zei tegen Harry: je hebt het vier jaar gedaan en dat was heel intensief.”     

Harry:”Ik was het daar wel mee eens. Maar het oude en het nieuwe gingen eigenlijk naadloos in elkaar over. Dit is een hele nieuwe rol en hierdoor kunnen we veel beter plannen.”

Wat is jou het meeste bijgebleven van die intensieve tijd als teambegeleider?

Harry:“De wedstrijdspanning. Ik zat bij de besprekingen en werd er op die manier bij betrokken. Ik was onderdeel van de groep. En ik ben ook fanatiek, net als de spelers. Ik regelde randzaken en de ploeg gaf me het gevoel dat ze dat plezierig vond.”

Je ging nooit met tegenzin op pad?

Harry:“Nee, nooit. Onze privé-uitjes werden ook altijd rond de wedstrijden gepland. Dan gingen we naar de wedstrijd en pas daarna een weekendje weg. Dat hoort erbij als je zo’n functie aanvaardt.”

En dat allemaal vrijwillig?

Harry:“Jazeker. Af en toe kreeg ik een biertje. Dit is gewoon vrijwilligerswerk.”

Bijzonder…

Harry:“Vind je dat? Ik vind het niet bijzonder hoor. Dat ik het zo zie komt ook door de spelers zelf.”

Je zei het al: je deed enorm veel ‘randzaken’. Zoals zorgen voor snoepjes met druivensuiker. Had je die niet paraat dan…?

Harry:“Dan was de ploeg in paniek. Dat is een héél belangrijke! En grappig: ik kreeg vaak complimenten dat ik voor de wedstrijd de shirts zo netjes ophing. Maarten van den Driest riep dan:”Buijs dat doe je thuis ook niet! Vond ik erg leuk.”

Wat mij is opgevallen: als ik bij het speakeren jouw naam noemde kreeg je altijd, zonder uitzondering, het meeste applaus.

Marjolijn:”En vooral van Leo” (Leo Cannoo die vorig jaar is overleden, edh). Ik vergeet dat nooit meer, ik hoorde Leo als hardste “Harry” schreeuwen.”

Hoe komt het dat het publiek het hardst voor jou klapte en schreeuwde?

Harry:”Ik ben vrij goed benaderbaar. Als er iets is moeten mensen dat tegen me te zeggen. En als ze wat van me willen probeer ik dat te regelen. Ik voel me niet te goed om een waterflesje te halen, ze noemden me soms de ‘waterdrager’ van Fortis 1. Zo heb ik dat niet ervaren en dat vond ik ook nooit erg (lacht).”

Harry gaat verder:”Als mensen niet geselecteerd of gewisseld worden moet daar ook aandacht voor zijn. Ik gaf ze dan een oppepper. Ik zei dan: kom op, volgende keer sta je er wél in of je gaat dan zeker weer scoren. Dat kon ik makkelijker zeggen dan een trainer omdat ik overal tussendoor laveerde.”

Voor de jongeren onder ons is het bijna niet voor te stellen: Harry was vroeger een actieve korfballer..!

Harry:”Nou en of. Ik speelde in het eerste met Peter, Aarnout en Ko Crucq.” 

Marjolijn:” Harry is een echte korfbalkenner. Ik kom uit de handbal -en badminton wereld. Ik kom eigenlijk niet verder dan ‘hup’ te roepen tijdens een wedstrijd.” 

Marjolijn vervolgt:”Wij hebben een geschiedenis bij Zuidwesters. (In 1998 zijn de clubs Animo en SCS Zuidwesters gefuseerd tot het huidige Fortis, edh). Onze oom was ere-voorzitter, de vader van Harry was erbij betrokken, Harry zelf en onze kinderen Jorien en Harm. Dat maakt ook dat je zelf gegrepen wordt door de korfbal. Bij Harm stond Fortis als het ware op z’n voorhoofd gespeld, hij was zeer actief binnen de club en prominent aanwezig.”

Harm is in 2014 op 28-jarige leeftijd overleden na een fietsongeluk. Hebben jullie toen veel steun gehad aan de vereniging? 

Marjolijn:”Het overlijden van Harm heeft in de club heel wat losgemaakt. Het warme bad waarin wij nadien terecht kwamen, dat is met geen pen te beschrijven. Dat was heel bijzonder. Harm lag tien dagen in coma en in die periode hebben wij heel veel aan de club gehad. Dat merken we nu nog.” 

Harry:”Ina van den Driest, werkend als huisarts, heeft toen nog tijdens een ledenbijeenkomst in het clubhuis uitgelegd wat er medisch aan de hand was met Harm. Daar hebben wij niets van meegekregen want wij waren in het ziekenhuis, weg van de werkelijkheid, weg van de buitenwereld. Toen wij het verzoek deden om de herdenkingsbijeenkomst op het veld te doen heeft iedereen zijn uiterste best gedaan om er een perfecte dag van te maken. En dat is gelukt.”

Zegt dat ook iets over Fortis?

Gezamenlijk:”Ja”.

Marjolijn:”Ik denk dat men onderschat wat een vereniging kan betekenen. Als ik zie wat Fortis voor ons gedaan heeft, en nog steeds, dat is gewoon heel veel.” 

Vervolgt:“Wij zijn nog steeds de ouders van Harm. En wij realiseren ons ook dat dit iets is wat langzaam verdwijnt binnen Fortis. Iedereen weet het nu nog, en daarom willen we nú ook iets doen in de nieuwe functie omdat men ons nog kent. Over een paar jaar zeggen mensen als het ware: Harry en Marjolijn, wie zijn dat? En Harm, wie was dat? Dat gaat over, dat is de realiteit. Als wij nog iets willen betekenen voor Fortis moeten we dat nu doen. Daar moeten we niet mee wachten.”

Die nieuwe rol van vrijwilligerscoördinator, hoe is dat ontstaan? 

Marjolijn:”Ik werd gevraagd door voorzitter Ad Vos of ik dit wilde gaan doen. Toen ben ik gaan nadenken en kwam al snel tot de conclusie dat dit niet door één iemand gedaan kan worden. Omdat ik vind dat de kennis die wordt opgebouwd opgevangen moet worden als iemand bijvoorbeeld uitvalt.”

Maar wat is volgens jou hét knelpunt als het gaat om vrijwilligers?

Marjolijn:”De communicatie. Het is niet alleen het zoeken naar mensen via de voordeur, je moet ook de achterdeur ‘dichthouden’. Het is belangrijk als je weet of mensen op hun plek zitten, of ze het naar hun zin hebben. En het is de kunst om dat te achterhalen.” 

Harry:”Het zijn nieuwe functies en we moesten daar inhoudelijk invulling aan geven. We vroegen ons af:”Wat gaan we nu precies doen. Dus moest er een beleidsplan komen.”

Marjolijn:”Het was ook een mooi excuus voor Harry om bij de korfbal betrokken te blijven. Zoals op donderdagavond in het clubhuis kletsen en een biertje drinken. Harry kent ook veel mensen, hij spreekt veel mensen langs de lijn, dus is daarvoor de aangewezen persoon.” 

Harry:”Maar voorwaarde was dat het gedragen zou worden door het bestuur. Dat vind ik ook belangrijk.”  

Nou, dan wil ik toch graag weten wat jullie exact gaan doen als vrijwilligerscoördinatoren?

Marjolijn:”Je kunt niet alles tegelijk doen. We moeten ergens beginnen en werken out-of-the-box. We kijken niet alleen naar de ledenlijst, maar ook bijvoorbeeld naar ouders, ex-leden of andere mensen die iets met Fortis hebben. Op die manier proberen we mensen zover te krijgen dat ze iets binnen de vereniging willen doen. We gaan ook kijken naar functies die door één persoon uitgevoerd worden. Kan dat niet door drie personen gedaan worden? Hierdoor verklein je het risico dat als iemand uitvalt de taak niet meer wordt uitgevoerd. Men kan bij ons aankloppen als er wat nodig is. Wij ondersteunen met namen en suggesties, daarna moet men er wel zelf onderling een vervolg aan geven.”

Jullie hebben een helikopterview?

Marjolijn:”Ja, en wij netwerken. Stel: iemand is gevraagd om training te geven, doet het ook, maar vindt dit eigenlijk helemaal niet leuk. Door met die personen te praten komen we daar achter. We hebben misschien niet gelijk een oplossing, maar noteren en signaleren dit zodat het in de toekomst van pas kan komen. 

We hebben nu ook al een aantal gesprekken gehad met mensen die ooit betrokken waren bij Fortis maar die iets vervelends hebben meegemaakt met de club. Dat kan gebeuren. Dan krijg je eerst een bak frustratie over je heen en daar luisteren we naar. Het is niet mogelijk om daar iets aan te veranderen. We zeggen dan dat we het jammer vinden dat deze personen niet meer bij onze vereniging aangesloten zijn en hopen dat ze terugkeren. Sommige mensen horen gewoon bij onze vereniging.”

Je hoort ook vaak: het is moeilijk om vrijwilligers te krijgen. 

Harry:”Dat blijft een probleem. Neem bijvoorbeeld ouders waarvan de kinderen op korfbal én voetbal zitten. Zij moeten kiezen waar ze hun tijd en energie in gaan steken. Daarom denken wij aan kleinere taken of een keer eenmalig iets doen. Ik benadruk wel: als het allemaal vanzelf zou gaan had je ons natuurlijk niet nodig…”

Marjolijn:”Het is ook aandacht geven. Er zijn vrijwilligers bij Fortis waarvan sommigen heel veel taken doen. De mensen die zich vaak heel bereidwillig opstellen moet je ook beschermen tegen zichzelf. Daarom gaan we ook exitgesprekken voeren.” 

Waar is een enorme behoefte aan?

Marjolijn:”Ik omschrijf het als het ‘kader’. Bestuursleden, maar ook mensen die de hort op willen voor de sponsorcommissie. Ook is er grote behoefte aan scheidsrechters. Enzovoorts”

Wat kan men praktisch van jullie verwachten?

Harry:”Wij proberen zichtbaar te worden. We willen bekend worden bij commissies, we gaan vergaderingen bezoeken. En we zijn betrokken bij zogenoemde ‘ouderavonden’. Dat hadden we vroeger: ouders van nieuwe leden werden voorafgaand aan de competitie uitgenodigd. Dat komt weer terug, we gaan als Fortis vertellen wie we zijn, hoe het werkt en wie wat doet. Ook informatie geven over het selectiebeleid van ploegen, het coronaprotocol en de vertrouwenspersoon.”

Het is door de corona wel de slechtste periode om bijeenkomsten te houden.

Harry:”Eens, maar we gaan het wel doen in een kleinere groep met ouders.”

Het lijkt me ook een uitdaging om mensen op zo’n avond naar het clubhuis te lokken.

Harry:”We gaan bellen. Er komt een belploeg en vragen wat ze willen weten van Fortis. Daar proberen we op zo’n avond antwoord op te geven.”

Marjolijn:”Ik denk dat aanwezigen allereerst geïnformeerd moeten worden en antwoord moeten krijgen op vragen die er zijn. We vertellen bij die gelegenheid dan ook wat wij doen en dat er vrijwilligers nodig zijn om de vereniging draaiende te houden. We moeten het samen doen.”